Nieuws

Portret van H4

Ik moest laatst denken aan een “artikeltje” wat ik ooit heb geschreven voor het clubblaadje van mijn toenmalige volleybalvereniging V&S (Vaardig en Sterk). Ik was toen eind twintig. Na ca. 7 jaar weggeweest te zijn, kwam ik weer bij oude bekenden in het team. En geloof mij, niemand had zijn volleybaleigenaardigheden in die 7 jaren afgeleerd en iedereen corrigeerde elke wedstrijd de foutenmaker nog immer met hetzelfde enthousiasme. Bij de meeste spelers was na al die jaren geen of nauwelijks verandering opgetreden als het gaat om de structureel aangeleerde foutjes.

En nu volleybal ik in Wageningen alweer ca. 15 jaar. Altijd op de maandagavond in de recreantencompetitie, ca. 10 jaar als meetrainer bij H4 en sinds twee jaar zelfs als volwaardig teamlid.

Als ik mijn eigen geschreven stukje van ca. 32 jaar geleden er weer eens bij haal, lees ik dat ik de draak steek met mijn eigen onvolmaaktheden als volleyballer. En het confronterende is dat ik deze tekst nog zou kunnen gebruiken in een actueel artikeltje van de volleyballer die ik nu ben. Frustrerend? Welnee!

Nog altijd hoor ik 3x per week de volgende aanwijzigen. Van buiten naar binnen blokken en niet naar buiten zweven (ik scoor dan ook bijna geen blokpunt). “Afblijven” die lange ballen zijn voor achter. Regelmatig krijg ik een aanwijzing vergezeld gaand met een verbijsterende en soms zelfs verwijtende blik als de bal op het “putje” wordt gespeeld en iedereen vindt (ook ik) dat die bal voor mij is. En soms duik ik enthousiast horizontaal door het veld om een bal te pakken die voor een ander is. En vrijwel al deze dingen staan reeds in het eerdergenoemde artikeltje beschreven.

Is dit erg?  Nee, dat weet ik nu inmiddels als hoogbejaarde volleyballer. Mijn medespelers houden toch nog altijd wel een beetje van mij en ik van hen.

Maar ook mijn medespelers hebben allemaal hun eigen eigenaardigheden, naast de talenten die ze ook hebben. Ze zijn overigens allemaal wél erg goed, vind ik. Maar het zijn m.n. de eigenaardigheden die “nooit” afgeleerd zullen worden. Soms voor één wedstrijd wel, maar dan steekt het onheil toch weer de kop op. Het is net als bij goede voornemens voor het nieuwe jaar. Na een week zijn ze weer vergeten.

En omdat mijn medespelers mij de kop gek zeuren met de vraag of ik eens een weekbijdrage over H4 willen schrijven, zal ik een paar van deze “vastgeroeste” eigenaardigheden verklappen. Wel anoniem natuurlijk. Maar als ik volgende week uit het team ben verbannen, weten jullie “waarom”. Dan hebben ze ontdekt wie ik bedoel. Want één collectief “vastgeroest” oneffenheidje is wel dat enige mate van zelfreflectie niet altijd bij iedereen aanwezig is en al helemaal niet tijdens en vlak na de wedstrijd. Ook krijg je dan vaak het idee krijgt dat wij allen niet dezelfde wedstrijd hebben gespeeld. De borrel na afloop maakt vervolgens alles altijd weer goed. 

Zo hebben wij er één die elke keer heel boos kan uitvallen naar zijn medespelers of de scheids, bij een vermeende fout. En bovendien denkt hij nooit een bal te krijgen, terwijl onze meespelende assistent-coaches toch werkelijk heel anders turven in hun aantekenboekjes. Overigens scoort hij met zijn molenwiekslag wel regelmatig en draagt zijn steentje meer dan bij. Wij hebben een routinier met inzicht die af en toe zo verwijtend kan kijken dat je als foutenmaker wel door de grond kan zakken. Hij ziet werkelijk alles; tegenstanders die verkeerd staat opgesteld (ook bij ons gelukkig), voetfout, verkeerde wissels en achterspeler zijn een paar bewonderenswaardige voorbeelden. Dat heeft menig punt opgeleverd. Dan hebben wij een topaanvaller die van zijn leven nog geen aanloop heeft genomen en ook nooit zal doen. Maar wel veel scoren. Tegelijkertijd onze teamoppepper! Dan hebben wij een talent die vaak te vroeg is en dan de bal aait i.p.v. een deuk in de grond te slaan. Overigens denk ik dat deze jonge speler deze “eigenaardigheid”nog wel gaat afleren en vervolgens nog zal uitgroeien tot de schrik van elke tegenstander. In ieder geval vinden mijn privé-supporters hem nu al de beste van het team. Dan hebben wij ook nog een heel lange middenaanvaller, die ondanks de aanwijzing om in de looprichting te slaan direct erna weer wegdraait en midden in het blok slaat en dan heel ontwapend en heel schuldbewust kijkt, zodat niemand boos kan worden.  Maar hij zorgt er overigens in zijn eentje wel weer voor dat onze tribune altijd goed gevuld is met schoolklassen, gillende tienermeisjes die het helemaal niets uitmaken welke kant hij op slaat. En dan hebben wij nóg een routinier met inzicht, als middenaanvaller, die met regelmaat verwoestend de bal op grond weet te timmeren. En dan kijkt hij toch boos! Wij hebben een buitenaanvaller die kan duiken op een wijze dat je denkt dat die nooit meer zal opstaan. Maar dan toch altijd weer komt hij overeind. Soms wel te laat voor de volgende bal, maar toch. Hij redt vaak. En dan natuurlijk onze teamoudste, tevens spelverdeler. Van hem weet ik werkelijk geen volleybaleigenaardigheidje op te noemen. Hij duikt, sprint en verdeelt. Het lijkt of de man eeuwig jong blijft. (Dat is dan weer wel eigenaardig!). Alleen naar eigen zeggen kan hij dan de volgende dag zijn bed nauwelijks uitkomen.

Maar H4 is werkelijk een topteam met topspelers! Vorig jaar kampioen en dit jaar in een klasse hoger als derde geëindigd. En ondanks alles, of misschien wel dankzij, houden wij veel van elkaar! Onze jaarlijkse teambarbecue is altijd weer een succes, mede door de ontelbare anekdotes opgebouwd gedurende het seizoen.

Volgens mij kan elk team bij Scylla wel een dergelijk zelfportret maken. En volgens mij zal wellicht wel 99% van de Scylla leden zijn/haar eigen “vastgeroeste” volleybalfoutjes ook wel kennen.

Maar wat is teamsport dan toch leuk! En dan in het bijzonder natuurlijk VOLLEYBAL!

Hans Konig